Alles over puntpaprika
GrillSpiratie

Botanische gegevens

BOTANISCHE GEGEVENS

Nomenclatuur – De paprika behoort tot de familie van de Solanaceae (Nachtschadenfamilie ) evenals een aantal belangrijke cultuurgewassen als tomaat, aubergine en aardappel. Veel planten die tot deze familie behoren, brengen eetbare vruchten voort, maar van een aantal zijn de vruchten giftig doordat hierin het giftige glycoside ‘solanine ‘ voorkomt. Hiervan stamt de geslachtsnaam af.
De paprika, ook wel ‘zoete peper’ genoemd, behoort tot het geslacht Capsicum en de soort annuum (=éénjarig) L. Ook de ‘scherpe paprika’, de ‘Spaanse peper’ behoort hiertoe. De vruchten van Capsicum annuum L. zijn verschillend van vorm, grootte en kleur.
Scherpte wordt bepaald door het gehalte aan capsaïcine, waarvan de zoete paprika weinig heeft en de scherpe paprika een hoog gehalte heeft.

De oorsprong van de paprika ligt in tropisch Midden- en Zuid-Amerika: Mexico, Guatemala, Peru en het Caribisch gebied. Van daar is de paprika verspreid over Zuid- en Noord Amerika, Europa en Azië.

De paprika is een warmte minnend, kruidachtig gewas. Afhankelijk van het klimaat is de plan 1 jarig ( in Nederland), tweejarig of overblijvend. Paprika vormt een struikachtige plant. In de volle grond wordt de plant 30 tot 75 cm hoog, maar onder glas kunnen 1 jarige typen een hoogte van 2 tot 2,5 m bereiken.

Paprika heeft 1,5 tot 2 cm grote, stervormige knikkende bloemen, die meestal wit of geelachtig zijn. De kelk is wijd klokvormig. Na de bevruchting blijft de kelk aan de vrucht zitten en ontwikkelt zich tijdens het uitgroeien van de vrucht tot een groene schijf.
Paprika heeft tweeslachtige bloem met meeldraden en een stamper. De meeldraden zijn onderling ongeveer gelijk van lengte. De stamper staat op een vruchtbeginsel ingeplant. Het vruchtbeginsel heeft een zeer dikke zaadlijst met wel 500 zaadknoppen.

Hoewel paprika bloemen honing produceren, worden ze toch weinig door insecten bezocht. De reden hiervan is dat de nectar capsaïcine bevat waardoor deze waarschijnlijk niet aantrekkelijk is voor insecten. De bevruchting komt dan ook voornamelijk door zelfbestuiving tot stand, hoewel kruisbestuiving wel voorkomt. Bij de in Nederland onder glas geteelde rassen komt spontane kruisbestuiving zeer weinig voor.
De stempel is, afhankelijk van de temperatuur, ongeveer 5 dagen geschikt voor bevruchting. De bevruchting vindt binnen 24 tot 48 uur na de bestuiving plaats.
De vrucht is een weinig sappige, grotendeels holle bes. In de vrucht bevindt zich een geelwitte niervormige kern, waaraan de zaden zitten. De buitenzijde wordt gevormd door een dikke vruchtwand met een dunne glanzende, leerachtige schil.

Paprika wordt vrijwel uitsluitend door zaad vermeerderd; vegetatieve vermeerdering door stekken of enten komt alleen voor bij de veredeling.
één gram zaad bevat gemiddeld 130 zaden. De zaden zijn geelachtig – wit, plat, niervormig, 3 – 4 mm lang. De kiemkracht blijft 3 tot 4 jaar behouden.